Product Development cartoon
Alweer 2 jaar geleden moest ik de keuze voor mijn minor aangeven. Ik twijfelde enorm. Wilde ik meer de technische kant op en zou ik kiezen voor Multimedia Engineering of Visual Interaction Design? Of wilde ik toch meer de bedrijfskant op, concepten bedenken en uitwerken? Ik kwam vanaf het Grafisch Lyceum en daar had ik al veel gedaan met technische uitwerkingen. Ik had besloten om mij toch meer te richten op concepting en business development. Het was toch het ecomische gedeelte wat mij trok. Ik had ooit op een blauwe maandag wel eens een  half jaartje Marketing en Commuicatie gedaan, en marketing trok mij toch altijd al. Mijn keuze lag vast, en vol zekerheid koos ik voor de minor Product Development.

Toen ik begon aan de minor wist ik net als mijn mede studenten denk ik niet echt wat ons nu te wachten stond. De jaren ervoor was er weinig aan marketing gedaan. Mede door het gebrek aan docenten en diepgang in de materie. Het bleef allemaal vrij oppervlakkig. Hier zou achteraf verandering in komen. Als 3e jaars student heb je toch weinig geleerd over de markt en de werking ervan. Dankzij de minor heb ik toch een idee gekregen hoe het allemaal werkt en wat een beetje de trends en businessmodellen op het moment zijn en wat dan logische gevolgen zijn. Verder heb ik een idee gekregen hoe bedrijven omgaan met online marketing en hoe je jezelf moet presenteren aan bedrijven of mede-studenten.

Natuurlijk is niet alles positief, dat zou ook niet kunnen. Wat ik bijvoorbeeld gemist heb is uitleg over bedrijfsstructuren en hoe bedrijven omgaan met diverse media en reclame buro’s. Natuurlijk is dit per bedrijf verschillend. Maar tot voorkort was het voor mij redelijk wazig wat voor rollen de diverse buro’s binnen een bedrijfsproces betekenen. Verder vond ik dat de stof heel erg theoretisch bleef en speculerend en dat vaste gegevens eigenljk toch al voor waar worden aangenomen en dus bijna niet meer behandeld worden. Maar ik denk dat juist dat uitleg van  traditionele vormen van marketing een goed beeld zou geven wat er nu precies is veranderd. We krijgen nu veel stof over nieuwe vormen, maar wat waren dan precies de oudere vormen ? Natuurlijk is een beetje eigen initiatief tonen niet verkeerd en kun je zelf opzoek gaan. Dit deed ik dan ook. Om te weten wat goed en fout is moet je weten wat er vroeger gebeurd is, en daarvan kun je leren. Businessmodellen zullen altijd blijven veranderen en het blijft ook lastig om alles te behandelen, eigen initiatief is dus gewenst.

Verder wordt er in de stof veel gesproken over hypes en trends. Als creative marketeer moet je trends en hypes kunnen herkennen om  hier goed mee om te kunnen gaan in je conceptvoorstellen. Zodra je goed inspeelt op huidige trends heb je kans op een groter rendement. In de stof wordt veel verteld over oudere en nieuwere trends of bekende hypes. Ik denk dat dit belangrijk is om een goede basis te hebben voor het ontdekken van nieuwe trends. In de minor wordt dan ook sterk gewerkt om je concepten te laten maken die inspelen op wat er nu leeft of wat er gaat gebeuren. Eigenlijk is de stof die behandeld wordt meer een soort geschiedenisles dan les om een goede trendwatcher te worden. Maar hier gaat de minor niet over, maar de stof is gewoon belangrijk omdat je moet weten wat er speelt.

Aan design wordt in de minor wel aandacht besteed. Je moet een mooi design kunnen produceren, spectaculair en onderscheidend, maar je krijgt er geen les in. In sommige opdrachten wordt je beoordeeld op je design. Beetje raar als je bedenkt dat je een les volgt die puur op concepting is gebouwd en niet zozeer omtrent de uitwerking. Natuurlijk moet je van alle aspecten wat in huis hebben, maar iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten. Zo ben ik meer een concepter en iemand die graag zijn concepten verdedigt in bijvoorbeeld een pitch of presentatie, dan dat ik een visuele uitwerker ben. Soms dus lastig om toch die rol op je te nemen. Er kleeft natuurlijk meer aan het woordje design. Niet alleen is het een verpakking van een concept maar het kan ook de inhoud zijn. Een onderscheidend design kan van groot belang zijn. Ik denk dan ook dat het onderwerp design meer moet liggen in het bedenken van een goed design dan het uitwerken ervan. Meestal heb ik een goed design in mijn hoofd maar is de uitwerking toch niet helemaal zoals ik het wilde hebben. Ik denk dat er meer naar design moet worden gekeken als marketing tool dan als uitwerking.

Zoals ik al eerder aangaf is concepting een belangrijk deel van de minor. Je moet altijd zorgen dat je een nieuw en innovatief concept op papier zet. Daarna moet je dit concept zien te verkopen. Hier komen dus alle facetten bij elkaar, je moet rekening houden met businessmodellen, trends of hypes en het moet gepaard gaan met het liefst een onderscheidend design. Alles wat je geleerd hebt komt samen in een concept. Meestal in een groep bedacht om zo samen te kunnen brainstormen en het maximale uit elkaar te trekken. Hier ontstaan de ideeën. Samen werk je dit uit tot een sterk en (meestal) uitvoerbaar concept. Samenwerking is belangrijk en dit wordt dan ook ondersteund vanuit de minor. Door het werken in groepjes leer je mensen in je klas beter kennen en leer je samenwerken. Het klinkt stom, maar samenwerken moet je echt leren. Ik denk dat dat dit essentieel moet zijn/blijven in de minor. Nadat het concept is uitgewerkt, vaak in de vorm van een presentatie met businesscase en visuals, wordt het voor de klas gepresenteerd. Hierna krijgt elk concept feedback. Hier leer je veel van. Je kijkt wat andere groepen bedenken en hier kun je zelf ook weer inspiratie aan opdoen. Ik vind dat presenteren een belangrijk punt is in de minor. Als je bij een bedrijf werkt zul je ook vaak moeten presenteren en concepten moeten voorstellen. Als je als een trillend rietje stotterend daar staat, verkoop je niets. In de minor moet je wel vaak presenteren maar er wordt niet vaak feedback op de presentaties gegeven. Wel inhoudelijk maar niet over de vorm. Soms wordt er wel wat over gezegd maar wordt er geen advies gegeven of techniek om je presentatie skills te verbeteren.

Samenvattend vond ik de minor voor mij persoonlijk een verrijking. Ik heb veel geleerd over dingen die ik graag wilde weten. Ik ben zelf toch altijd vrij sceptisch en kritisch maar ik moet toegeven dat ik ervan geleerd heb. Ik vond de minor altijd leuk en de onderwerpen vaak interessant. Er zitten dingen bij die ik minder leuk vond, zoals het bijhouden van een blog of het vele schrijfwerk, maar zelfs daarmee heb ik geen problemen meer. Het leuke aan de les zelf waren altijd de discussies die er soms hard aan toe gingen. Maar dit is alleen maar goed. Jammer is dat het meestal dezelfde klasgenoten zijn die de discussies voeren en dat enkelen er eigenlijk alleen maar bijzitten. Maar daar doe je niets aan. Natuurlijk kan de minor je niet voorbereiden op hoe het er echt aan toe gaat, maar het geeft je in ieder geval de nodige kennis dat je niet met een mond vol tanden hoeft te staan. Dit is denk ik ook de insteek van de minor. Leer presenteren, discussiëren, samenwerken, concepten, uitwerken. Top dit af met wat theoretische kennis in je achterzak en je kunt denk ik zonder problemen beginnen met je afstudeer stage.

Als eindopdracht voor de minor PD moesten we een concept verzinnen. Dit concept moest een bepaald aantal elementen bezitten. Ons concept is voortgekomen uit de trends customization, online shopping, en nethoods. Verder moesten we een guerrilla campagne erin verwerken en moest het een onderscheidend design hebben.

In de volgende documenten is te zien wat wij ervan gebakken hebben.

1. Businesscase
2. Flyer

3. Introfilmpje presentatie
4. Presentatie

Hussein not smart guerilla marketing

Om te weten of guerillamarketing een serieus instrument is moeten we kijken wat het nu eigenljik is. Volgens Wikipedia ligt de nadruk op goedkoop je grote concurrent dwarszitten. Of op een snelle manier een indruk achter laten door bijvoorbeeld te provoceren of te shockeren. Met een gedeelte van deze stelling ben ik het eens, alleen de termen snel en goedkoop gaan voor mij niet altijd op. Sommige guerilla ideeën waren alles behalve goedkoop of snel. Wat wel snel is, de geruchtenmachine. Als een guerilla actie goed is uitgevoerd gaat dit als een lopend vuurtje over het internet heen.

We beginnen met een paar goede voorbeelden van guerilla marketing. De meest recente in mijn geheugen is de zwarte muscle car die bij de Free Record Shop in Rotterdam naar binnen is gereden. Wat achterbleef was een kapotte auto, een hoop glas, bloedsporen en een afgerukte hand. Dit allemaal ter promotie van de nieuwe film van Quentin Tarantino, Deathproof. Als snel waren de eerste blogs online met foto’s en een eigen artikeltje over de stunt. Dit was een snelle, spectaculaire zet van de filmproducenten.
Verder kan ik mij de stickers van Axe herinneren. Achter elk Exit bordje in een x aantal gebouwen waren stickers van rennende vrouwen geplakt. Zie voorbeeld. Een hele onschuldige maar toch leuke campagne. Dit is een voorbeeld dat een guerrilla campagne niet snel hoeft te zijn. De Axe campagne druppelde langzaam via internet binnen, om zo toch een klassiekertje te worden.

Axe guerrilla campagne:
Axe guerilla campagne

Guerrillamarketing is toch een leuk iets. Je kunt er leuke dingen mee doen, niet zozeer om er echt mee te winnen, maar ook gewoon om een statement te maken, of om jezelf te laten zien als bedrijf. Natuurlijk is het niet voor iedereen weggelegd. Een conservatief oubollig Nederlandse pottenbakker heeft er weinig baat bij om een grootse guerrilla actie te voeren. Hij zal hierdoor niet meer potten gaan verkopen. Al is er natuurlijk voor iedereen wel iets te verzinnen. De lancering van een nieuw gehyped product zal meer baat hebben bij een goed uitgevoerde guerrilla actie. Maar ook kan een guerrilla actie gebruikt worden om een bestaand verstoft product weer in de spotlight te zetten. Een leuke campagne was die van Canon. De nieuwe Pixma printer werd als sticker bovenaan een roltrap geplakt en op elke trede van de roltrap werd een a4tje geplakt als sticker. De roltrap gaat draaien en het lijkt net of de printer oneindig a4tjes aan het uitspugen is. Erg grappig gedaan, niet duur en toch leuk. Er kwam wat extra exposure voorbij op internet. Dit had Canon niet gelukt met weer een standaard reclame rondom hun nieuwe printer.

Om weer even terug te kome,n na deze afdwaling, op de titel van dit verhaal. Is guerrilla marketing een serieus marketinginstrument ? Ik denk dat we dit eigenlijk om moeten buigen en zeggen dat guerrilla marketing een serieus instrument “kan” zijn. Ik denk dat het voor bedrijven een serieuze manier van werken kan zijn, veel bedrijven verdienen er geld aan, dus in die zin is het serieus. Maar niet alle guerrilla marketing is succesvol. Een goede guerrilla actie dient goed doordacht te zijn en niet even snel uitgevoerd te worden. Dit is in Parijs namelijk een parachute springer voor een jeans merk fataal geworden.

Verder vind ik dat de term guerrilla marketing gehyped wordt en dat men zich er te vaak op focust. Ik denk dat de beste ideeën voor een guerrilla actie opkomen als je er niet op zit te broeden. Het moet een spontaan idee zijn tijdens een brainstorm sessie. Je kan het niet forceren. Een geforceerde guerrilla actie zal vaak tot een minder goed idee lijden. Natuurlijk zijn er bedrijven in gespecialiseerd en kan er een idee geforceerd bedacht worden. Maar de magie van het echte guerrilla concept zal dan toch wegblijven. Als conclusie denk ik toch dat guerrilla marketing een serieuze zaak is voor bedrijven. Het kan een tool zijn die heel krachtig kan zijn, maar je moet het als bedrijf niet forceren want dan werkt het juist averecht. Als jij steeds weer met een guerrilla concept op de proppen komt dan verliest het aan geloofwaardigheid en kijken de mensen er toch doorheen. Dus beschouw het als een serieus instrument en bedenk goed wat je ermee doet.

Appel peren vergelijken
De titel klinkt spannend. Maar ik zal de pret bederven. Een echte competitie zal het niet worden. Deze vergelijking staat eigenlijk gelijk aan het spreekwoordelijke gezegde: “Je mag geen appels met peren vergelijken”. Maar toch zijn appels en peren allebei fruit. Zo is het met Blue Ocean en de Longtail ook, je kunt ze niet vergelijken maar ze hebben wel met elkaar te maken. Ik zal mij nader verklaren.

Wat is wat?
De Longtail is het fenomeen ooit bedacht door Chris Anderson. Het geeft de marktwerking weer van producten qua populariteit. In een standaard markt heb je producten die goed verkopen, de zogenaamde hits en bestsellers, en je hebt “de rest”. Nu is het idee achter de Longtail dat als je jezelf richt op de rest, er nog steeds veel geld is te verdienen. De 80% rest kan in sommige gevallen meer opleveren dan de hits. Door je te richten op de niche marketing achter in de Longtail kun je zorgen dat de rest samen ook hits worden.

Typische Longtail:

Blue Ocean daarentegen richt zich niet op niche marketing of Longtails maar juist op markten niet nog moeten komen. Blue Ocean gaat ervan uit dat je niet moet vechten tegen je concurrentie maar dat je ze irrelevant moet maken. Je producten moeten zo innovatief en nieuw zijn dat er nog geen concurrentie is. Dit fenomeen heeft ook een term: “Don´t compete with your rivals, make them irrelevant”.

Blue Ocean boek:
Blue Ocean boek

Verband?
Wat is dan eigenlijk het verband. Wat maakt de Longtail en de Blue Ocean nu fruit? Het zit hem in het feit dat een Blue Ocean kan zitten in een Longtail. Een niche markt kan uitgroeien tot een Blue Ocean en deze Blue Ocean kan groeien tot er concurrenten om de hoek komen kijken. Als deze markt groeit en groter wordt verdwijnt deze dus uit de Longtail en wordt het een hit. Het uitgekauwde onderwerp Apple is hier een voorbeeld van. Apple had zich verschaart in een kleine niche groep van vaste gebruikers. Maar de producten van Apple werden beter, beter dan die van de concurrent. De Ipod is hier een voorbeeld van. Er waren talloze mp3 spelers op de markt, maar iedereen liep met een Ipod. De Ipod goeide uit tot de best verkochte mp3 speler wereldwijd. Apple had voor zichzelf een Blue Ocean gecreëerd vanuit een Longtail. Na het succes van de Ipod kwamer er diverse clones op de markt. Deze clones konden niet opboksen tegen de Ipod, niet alleen qua techniek maar ook qua merkbeleving.
Het kan ook omgedraaid worden. Apple zorgde voor een boost in de mp3 speler markt. De nieuwe mp3 spelers werden als paddestoelen gelanceerd. Ze kregen nieuwe functies waaronder video en photo viewers. Al deze producten zorgden samen weer voor een Longtail van andere merken mp3 speler. Vooral de goedkopere mp3 spelers waren van vele merken te krijgen, ze lagen nog net niet in de grabbelton van het Kruidvat. Maar zoals ik uit eigen ervaring weet van mijn tijd bij Foto Klein is dat de budget mp3 spelers van 1GB voor 25 euro toch voor meer marge en winst zorgden dan de paar euro die werd verdiend op de verkoop van Ipods. Voor Foto Klein was het dus ook belangrijk om de budget mp3 speler te verkopen. Deze goedkope spelertjes waren samen dus een Longtail niche marketing.

Wat is beter?
Een rare vraag eigenlijk, die niet te beantwoorden is. Als je over Blue Ocean en Longtail praat dan praat je niet over goed of beter. Je kan jezelf richten als bedrijf op een Longtail markt of je creëert zelf een Blue Ocean, zoals bijvoorbeeld Nintendo dat deed met zijn Wii. Nintendo creëerde zelf zijn Blue Ocean  door zich te richten op een groot publiek, namelijk de niet gamers. Nintendo zette de Wii neer als een laagdrempelige spelcomputer geschikt voor iedereen. Amazon zet in op de Longtail door veel boeken en CD’s te verkopen die niet mainstream zijn. Of je nu kiest voor Blue Ocean of Longtail. Hier kun je niet uit kiezen, alle twee deze stuks fruit zijn lekker om te eten.

Lovemarks, brand love

Op Molblog las ik een leuk stukje over “Lovemarks”. Lovemarks is een marketing techniek die eigenlijk het gevoel rondom een merk moet veranderen. Deze techniek is ooit uitgevonden door Saatchi & Saatchi. Het omzetten van de merknaam naar een merk met “liefde” heeft drie ingredienten nodig, het moet mysterieus zijn, sensueel en intiem. Door het gebruik van deze techniek krijgen de mensen die het merk gebruiken een gevoel bij hun product. Dit gevoel is weer een extensie van het merk zelf.

Op Molblog ontstond de discussie van wie het merk dan eigenlijk is. Is het van het bedrijf of juist van de consument. De consument bepaald namelijk of het gevoel er is of niet, maar het bedrijf profileert weer het merk.

Ik denk zelf dat het gevoel rondom een merk bij de consument ligt. Het bedrijf kan erop aansturen maar een gevoel forceren lijkt me vrij onmogelijk. De consument bepaald of het gevoel wordt overgenomen of niet. Natuurlijk kan je als bedrijf een gevoel uiten, het is alleen aan de consument om het ook zo te ervaren of niet, en uiteindelijk ook zo te accepteren. Ik vind Lovemarks een interresant onderwerp en zit er zeker aan te denken om dit boek aan te schaffen.

MiniCity

Na wat lekker surfen en wat downloaden kwam ik een grappig conceptje tegen. Best leuk om te delen. Het heet MyMiniCity en is eigenlijk niets meer dan een hele mooie uitgebreide pagina met alleen een visitor counter erop. Des te meer clicks op een bepaalde stad des te meer inwoners de stad krijgt. Het leuke eraan is dat iedereen zijn eigen stadje opricht en probeert om zoveel mogelijk bezoekers te trekken.

Het is toch leuk om te zien dat alles wat maar ook iets te maken heeft met competitie of het kunnen vergaren van zoveel mogelijk mensen veelal slaagt. Je zou MyMiniCity bijvoorbeeld kunnen koppelen aan Hyves. Des te meer bezoekers op Hyves des te groter jou stad wordt. In je eigen MiniCity kun je ook nieuws plaatsen of een berichtje bij iemand anders zijn stad achterlaten. Simpel conceptje, maar best grappig.

Voor een voorbeeld: KLIK

Blu Ray logo

Het lijkt nu toch redelijk duidelijk te worden. De meeste grote filmmaatschappijen laten tijdens de CES 2008 in Las Vegas weten toch te gaan voor Blu-Ray. Dit is een flinke klap voor HD-DVD de directe concurent van Blu-Ray. Een mooie opsteker ook voor onze Neerlandse trots Philips. Op de CES liet Philips net zijn nieuwe lijn Blu-Ray spelers zien. Na de CD-rom en de DVD lijkt ook Philips nu weer te profiteren van Blu-Ray. Philips is samen met Matsushita, Pioneer, Thomson, LG Electronics, Hitachi, Sharp, Samsung, en Sony de grondlegger van de Blu-Ray techniek.

De vraag was welke standaard het nu ging worden. Microsoft besloot met HD-DVD verder te willen terwijl juist Sony en een klein beetje ook Apple voor Blu-Ray gingen. De filmmaatschappijen waren een beetje verdeeld. De ene maatschappij ging voor de HD-DVD standaard en andere weer voor Blu-Ray. De grote vraag was eigenlijk wat de porno industrie ging doen. Uit het verleden weten we dat deze sector een enorme invloed kan hebben. Toen eenmaal besloten was dat er gekozen werdt voor de VHS band ipv de Betamax, was de Betamax ook gelijk verleden tijd. Maar zelfs de porno industrie kon geen keuze maken en vond de hoge beeldkwaliteit eigenlijk maar niets.

Uiteindelijk kozen meer en meer filmmaatschappijen voor Blu-Ray. Een beetje zuur voor Microsoft en zijn Xbox, maar positief voor Sony met zijn Playstation 3. En nu ook Paramount het rijtje van Disney, Warner Bros, New Line Cinema,  Buena Vista en 20th Century Fox compleet maakt, blijft Universal als laatste der Mohikanen over. Ik denk niet dat het lang zal duren of ook Universal gooit het bijltje erbij neer. Universal is een grote speler, maar de filmmaatschappij staat niet echt bekend om zijn lef en durf, en zal dus ook snel voor het veilige pad kiezen.

Op naar het volgende medium dan maar weer.

Philips Streamium

Philips gaat een samenwerkingsverband aan met Rhapsody. Rhapsody bied een abonnement waar je tegen betaling onbeperkt naar muziek kan luisteren via een breedband verbinding. Deze “Music as a service” zal gekoppeld worden aan de Philips Streamium apparatuur. Streamium maakt het mogelijk om via verschillende units al je muziek wireless door heel je huis te streamen. Zo kun je overal waar een Streamium apparaat staat dezelfde muziek luisteren. Dit gecombineerd met Rhapsody zorgt er letterlijk voor dat je altijd en overal elk nummer kan luisteren wat je maar wil.

Deze samenwerkingsverbanden zijn op zich niet nieuw maar is een sterke zet van Philips om zo meer de “wat onbekendere” Streamium producten op de kaart te zetten. We zullen in de toekomst denk ik steeds meer van dit soort verbanden gaan zien. Denk hierbij niet alleen aan muziek maar ook aan film. Nokia komt straks met zijn Xpressmusic (samenwerking met Universal) waarbij je via je telefoon “gratis” alle nummers, van Universal welliswaar, kunt luisteren. Dit zijn natuurlijk ook goede manieren om piraterij tegen te gaan. Voor ongeveer 15 euro per maand heb je beschikking tot een database met alle soorten muziek via Rhapsody. Zo hoef je zelf dus ook geen computer vol met muziek te bewaren en voldoet alleen een Streamium apparaat.

Verder bieden de diensten ook aan om nieuwe muziek te luisteren ala Last.fm. Zo kom je in ieder geval onder de alledaagse skyradio muziek uit. En dit bied weer kansen voor eventuele longtail muziek. ik ben benieuwd welke diensten hier allemaal uit voortkomen, maar ik denk dat er leuke dingen gaan gebeuren als we praten over music of film as a service.

Old Google

Google is om! Google gaat de rangschikking van zijn pagina’s aanpassen. In plaats van het oude systeem waarbij aantal kliks en visits een relevante rol speelt, is de datum van de plaatsing ook belangrijk. Waar men veelvuldig tegenaan liep was het feit dat als je zocht, je veelal op oude posts terecht kwam met verouderde data. Dit gaat veranderen. De nieuwe “QDF” algoritme waardeert nu ook punten toe in de pagerank aan het feit of het een actueel artikel is of niet.

Of dit een goede of een slechte ontwikkeling is daar zijn de meningen nog over verdeeld. Voorstanders zijn blij met het feit dat er weinig oude data meer naar voren zal komen. De pagerank laat altijd “frisse” data zien. Tegenstanders vinden dat nieuwe data niet altijd goede data is. Als je opzoek bent naar iets, maakt het niet uit of het een oude posting is of niet, zolang de informatie maar accuraat is.

Ik denk zelf dat het een goede ontwikkeling is. De “QDF” zorgt ervoor dat oude data die niet relevant is automatisch een lagere pagerank krijgt. Ik vind het namelijk belangrijk om te kunnen zoeken in recente artikelen en postings. Eigenlijk zou je zelf moeten kunnen kiezen hoe je wilt zoeken. Op relevantie en populariteit of op datum. Ik ben wel bang voor websites met veel statische informatie, zolang een website niet ge-update wordt zal hij steeds verder zakken in de pagerank en zal er dus ook minder op geklikt worden en daarna dus doodbloeden. Webshops hebben hetzelfde probleem. Zij zullen vaker hun pagina’s moeten verversen. Hier komt misschien toch een stukje web 2.0 om de hoek kijken. Straks kun je niet meer zonder UGC, anders ontbreekt gewoon de actuele informatie.

digitale TV
In Amerika is het eindelijk zover. De kabelmaatschappijen moeten dezelfde standaarden gaan gebruiken. Goh, boeiend! Dat is wat de meeste mensen denken. Niets is minder waar. Standaardisatie zorgt voor een nieuwe impuls als het gaat om TV kijken. Standaardisatie betekend dat ontwikkelaars eindelijk gadgets kunnen gaan maken volgens een vaste standaard. Er zullen TV’s op de markt komen met ingebouwde digitale tuners. Er is dus geen apparte settop box meer nodig. Meer mensen zullen daardoor gebruik gaan maken van digitale TV. Dit biedt weer perspectief voor ontwikkelaars. Er zullen meer applicaties komen en TV kijken zal overall een nieuwe impuls krijgen. waar TV de laatste jaren steeds meer terrein verliest aan internet zal denk ik de afname afremmen en misschien zelfs wel stagneren. Mensen zien Internet niet als vervanging van TV kijken maar ze besteden gewoon meer tijd achter internet. Met digitale TV en de mogelijkheden zullen misschien meer mensen weer achter de TV blijven hangen.

Ik ben benieuwd. Deze standaarden zijn voorlopig alleen nog in Amerika, maar zullen na succes denk ik snel overwaaien. TV zal een nieuwe ontwikkeling doormaken en misschien weer terein winnen in de huiskamers van Nederland.

Bron: Tweakers.net